
Wie mij beter wil kennen en leren begrijpen moet dit verhaal eens lezen dat ik van www.sabn.nl heb gehaald. Het lijkt enorm op mijn eigen verhaal, hoewel zij boulemie had en ik Binge Eating Disorder. En hoewel zij het met pillen probeerde en ik met chloor. Allebei een pestverleden. Maar allebei hebben we hulp gezocht en gevonden. En allebei hebben we goddank goede vrienden. Ik zet dit niet neer om medelijden te krijgen. Enkel wat begrip. En tevens uit dankbaarheid tegenover mijn vriend Hans, mijn beste vriendin Arusetta en tegenover Gabriël Magpie, Sna en überhaupt larpers, die me accepteren zoals ik ben, met al mijn overgewicht, met mijn rare gedrag soms, met alles. Eindelijk mag ik er zijn... Thanks.. I love you all...
----------------------------------------
----------------------------
Niet langer alleen.
Zo stiekem als mijn eetstoornis erin is geslopen. Een samenloop van nare omstandigheden, steeds minder zelfwaardering. Steeds weer de grond ingetrapt. En op een gegeven moment ga je het echt geloven, dat je werkelijk niets waard bent. En hoe kun je jezelf beter naar de knoppen helpen? Het is geen bewuste keuze geweest, ik denk dat dat bij niemand het geval is. Maar het is toch gebeurd, langzaam maar zeker. Waarom? Geen idee. Misschien omdat eten het enige was waar ik de controle over kon hebben. Misschien omdat ik er toch al aanleg voor had, mensen vonden mij dik; dus als ik afviel, misschien vonden andere mensen mij dan wel de moeite waard. Het heeft me niets opgeleverd,
want ik ben mezelf er niet aardiger op gaan vinden.
Maar het ging helemaal niet prima!
De bel gaat. Kinderen komen uit de school rennen. In groepjes lopen ze naar huis. Ze wachten op elkaar, op een vriendinnetje. Eén meisje blijft binnen. Ze is bang, ze durft niet naar buiten. Ze weet, dat er buiten jongens staan te wachten, achter het fietsenhok. Dat is elke keer zo. Dan duwen ze haar,
dan fietsen ze tegen haar benen op. Ze is bang voor ze, terwijl ze er eigenlijk nooit ernstig aan toe is. Op het plein staat nog een andere groep jongens. Voor deze jongens is ze minder bang. Die raken haar met geen vinger aan. Nee, integendeel. Als ze eraan komt lopen, rennen alle jongens gillend weg. Ze zeggen dat luizen heeft. Zachtjes loopt ze door de gangen. Het mag eigenlijk niet, ze moet naar buiten gaan. Ze probeert te voorkomen dat een leraar haar zou zien. Ze loopt langs het lokaal van de onderbouw, een lerares zit binnen. Ze kijkt de lesstof na. Zo onopvallend en snel mogelijk loopt ze
door. Snel kijkt ze achterom: niemand. Dan is ze bij de kleuterklassen aangekomen en wordt ze aangehouden door die lieve kleuterjuf die vraagt wat ze komt doen. Ze zegt haar zusje te komen ophalen. De juf vertelt dat zij al is opgehaald door haar moeder. Jammer, en snel loopt ze door de
kleuteruitgang naar buiten. Van het plein naar het steegje, heeft niemand haar gezien? Angstig en gehaast loopt ze verder. Ze hoopt maar dat ze dit keer niemand tegenkomt van de jongens van school.
Dan ziet ze dat Jeroen achter haar fietst, ze hoopt vurig dat hij haar gewoon voorbij zal fietsen. Al snel blijkt dat hij dit inderdaad doet, maar bij zijn langskomen steekt hij zijn been uit. Hij raakt haar hard,
in haar lies. Ze krimpt in elkaar van pijn. Tranen springen in haar ogen, ze bijt hard op haar lip, om sterk te zijn. Jeroen mag niet zien dat het haar iets doet. Negeren, dat is het beste middel om van ze af te komen, zegt moeder altijd. Zo loopt ze door naar huis, alsof het haar allemaal niets doet. “Hoe was het op school?” Prima mama, prima.
Waar bemoei je je mee?!
“Wat is er eigenlijk met jou aan de hand? Je bent ineens zo anders geworden. Ik heb altijd tegen jou gezegd, als je ergens mee zit of je hebt problemen dan kan je altijd bij mij komen. Maar ik heb het gevoel dat je mij steeds meer en meer buiten sluit. Waarom? Waarom is jouw eetpatroon in een klap zo
heel anders geworden? Zo ongezond anders? Heel vaak probeer ik met jou te praten en dan is het altijd: Mam, daar heb ik nou geen zin in, want ik
heb hoofdpijn. Of ik ben moe. Wanneer wil je dan wel eens praten? Je doet me zoveel pijn hiermee, ik heb je toch niet voor niets negen maanden lang met liefde gedragen en op de wereld gezet? Voel je dan niets meer voor ons gezin dan alleen maar ergernis? Denk ook eens aan al je vriendinnen en aan je
grote vriend Ruben. En je dieren die je achterlaat als je hiermee doorgaat. Als je kunt stoppen, stop er dan aub mee en als dat je niet meer lukt, zoek dan deskundige hulp voor het te laat is. Wij willen je niet kwijt, je hebt nog een heel leven voor je waar je echt nog gelukkig in kunt worden. Op deze
manier kan het niet doorgaan. Praat toch alsjeblieft met mij en ontloop mij niet.”
Oplossing? Nee.
Minuten kropen voorbij. Steeds opnieuw telde ik mijn pillen. Ik voelde me vreselijk. Het is echt vreselijk als je zit te wachten op hét moment om pillen in te nemen. Ik wilde het doen, ik was bang dat ik het anders niet meer zou durven. Ik wilde het nú doen, ik wilde het, ik hield het niet meer vol. Rond negen uur heb ik ze dan ook veel te vroeg ingenomen. Ik voelde weer de misselijke smaak terugkomen van de eerste keer en mijn maag draaide zich om. Ik wist dat ik heel erg misselijk zou worden, dus ik nam dit keer ook maar iets tegen wagenziekte in. Ik werd verschrikkelijk misselijk. En na drie uren was ik inderdaad bijna niet meer bij zinnen. Ik was nog nooit zo ziek geweest en zó bang. Ik ging twijfelen. Doe ik hier nou goed aan? Wil ik wel dood? Wil ik mijn lieve hond wel missen. Wil ik mijn familie kwijt?
Ik dacht aan mijn ouders, wat ik ze allemaal ging aandoen. Tegelijkertijd wilde ik niet toegeven, zo zwak: nee, nooit! Mijn vader wenste me een goede nacht en vroeg of alles goed ging. Ik heb geen idee hoe ik hem overtuigde maar trillend knikte ik. Ja, alles is goed. Dat was echt het allermoeilijkste. Want ik wilde zijn hulp zo graag, in gedachten schreeuwde ik het uit. “Papa, ik heb veel te veel pillen ingenomen. Papa, maak het alsjeblieft ongedaan! Oh, papa, ik ga dood, ik ben zo bang. Wat zal er
straks met mij gaan gebeuren? Ik voel me zo vreselijk..!” Twijfelend liep ik heen en weer boven. Wat moest ik nou doen? Zou mijn moeder nog beneden zitten? Moest ik naar beneden gaan? Nee,nee,nee dat kon niet! Dan zou ik mijn zwakheid toegeven. Dan zou ze me meteen naar het ziekenhuis sturen en
daarna naar de GGZ. Al twijfelend liep ik naar beneden. Geen slimme zet. Mijn moeder zag meteen dat er iets mis was en liep op me af. Ze ging helemaal aan me trekken en ik viel om. Ik was zo bang, maar verzetten ging niet. Ik voelde me zo beroerd. Mijn vader kwam naar beneden, nu had ik helemaal geen
kans meer. Ze belden 112 en doodsbang was ik. . Ik verzette me nog, toen de ambulance was gekomen, maar iedereen was te sterk. Ik zat in het nauw, geen kant kon ik op. Nu was ik écht de controle verloren. Vier volwassenen, ik kon er niet tegen op. Ik ging liggen en ik werd de ambulance in gedragen. Ik was doodsmoe. Levensmoe. En eigenlijk kwam ik pas een beetje tot rust tijdens de reis.
Natuurlijk was ik doodsbang voor wat er ging gebeuren. Tegelijkertijd dacht ik, alles komt nu goed.
Alles komt goed.
Eeuwige zelfhaat.
Lichaam,
Ik haat je lichaam, ik haat je. Het spijt me, ik kan er niets aan doen, maar ik begrijp écht niet hoe ik
met jou opgezadeld heb kunnen raken. Ik haat je lichaam, echt, waarom zit ik toch opgesloten in jou?
Is er dan geen manier? Om mij te bevrijden van mezelf?
Lichaam, zie je zelf nou. Een groot blok vet, overal puilt het uit je kleren, lomp, verdeeld in lagen vet.
Vet, vet! Zo vies, zo goor. Zo lomp, zo lelijk. Ik haat je lichaam, ik haat je. Je bent een zwakkeling
lichaam, een zwakkeling. Steeds wanneer ik het dan eindelijk onder controle heb gaat het mis, dan
snap je om eten. Snap je het niet lichaam? Je hebt net een uur geleden te eten gehad, het is ook nooit
genoeg hè? Of wel? Lichaam.. je wordt alleen maar dikker, zie dat dan in. Waarom kwel je me zo? Ik
moet me wel altijd met jou vertonen hoor! Lichaam, stop hiermee, ik wil niet meer verder met jou, op
deze manier. Jij ook niet meer met mij soms..
Wat heb je mijn lief lichaam? Je maakt me zo bang. Waarom lijkt het wel alsof je aan het aftakelen
bent terwijl je nog zoveel te eten krijgt? Je bent dik, vies en vet, werk nou mee. Er staat nog zo’n
lange tijd voor de boeg, een tijd van kwelling, maar daarna volgt een tijd dat je mooi bent, licht en
zonder die lompe lagen vet. Lief lichaam, stop hiermee. Houd nog even vol, nog even. Ik wil niet meer
verder zo met jou, alsjeblieft..
Ik wil het niet meer!
Niet meer snoep stelen uit de familiekasten. Niet meer stiekem mee naar boven moeten smokkelen en
niet meer bedriegen; niet meer liegen als men me vraagt of ik weet waar het gebleven is. Niet meer
me misselijk voelen als gevolg van het vele eten en niet me zo schuldig voelen. Altijd eindigen boven
een wc-pot en je af vragen waar je in hemelsnaam mee bezig bent? Niet meer aankomen. Ik wil me
niet meer schamen voor mijn walgelijke eetgewoontes, weer over straat kunnen zonder angst,
schaamte, zonder steeds naar de grond te kijken. Ik wil me niet meer verdrietig voelen om wat ik ben.
Zonder hulp lukt het niet.
Ik voel me alleen. Eenzaam. Niemand ziet mijn verdriet, niemand weet mijn gevoel.. mijn
hopeloosheid. Het zit allemaal in me en het gaat er niet uit. Het verdriet hoopt zich op en stukjes
optimisme sterven weg, het vreet aan me. Het zuigt mijn energie uit me.. maakt me wanhopig,
hopeloos... dood van binnen.
Het is alsof er een zwarte straal negativiteit op me neerdaalt, een straal waaraan ik nauwelijks kan
ontsnappen. Soms lukt het, maar kwijtraken doe ik het niet. Huilen doe ik, vanbinnen. Naar hulp zoek
ik, maar verkrampt. Te moeilijk om hulp in te schakelen.. Want het moet goed gaan, ik ben immers
sterk? Ik ben met een goede afloop weg gegaan bij de kliniek, het is immers maanden goed gegaan?
Nee, het mag niet. Niet nu.
En toch hoopt het verdriet zich op.. in mij. Het wordt langzaamaan steeds meer, en ik kan moeilijk
mijn hoofd boven water houden. Voor mijn gevoel doet het er allemaal niet toe, heeft niets meer echt
een waarde dan. Mag me alles gestolen worden, want het is me niets waard. Maar mijn verstand zegt
dat ik het eigenlijk niet wil.
Ik wil niet verdrinken.
Hulp vragen mag!
Nooit heb ik een ondergewicht gehad. Nooit in een ziekenhuis gelegen aan de sonde, zover ik weet heb
ik nooit een ernstig voedingstekort gehad. Dus het viel wel mee met mij, toch? Ik denk dat te veel
meisjes er zo over denken. Dat het niet extreem genoeg is, dat ze zich aanstellen. Maar dat is niet
waar! Ik ben door deze gedachtes altijd maar doorgegaan, alleen. Ik had de instelling dat het zwak was
hulp te vragen, maar had ik dat maar veel eerder gedaan. Misschien dat.. Maar ik heb het niet gedaan.
Anderen kunnen het misschien nog wel. Ik ben er anders naar gaan kijken. Je hebt je eigen leven, dat
leven kun je zelf sturen. Je kunt jaren zwijgen, jaren ploeteren. Of hulp accepteren. En dat zie ik nu
juist als sterk. Je verdient dat, je hoeft het niet alleen te doen. Zelf wel, alleen niet. Het moment
waarop jij realiseert dat jouw leven beheerst wordt door de negativiteit (op wat voor manier dat ook
maar is), waarop jij je realiseert dat jij niet zo verder wilt. Laat je niet tegenhouden door al die
twijfels. Want er is geen criterium. Een eetstoornis zit in je hoofd, en het kan gevolgen hebben voor je
lichaam. Maar het zou alleen maar stom zijn om dat zo ver te laten komen. Kies voor jezelf, voor je
eigen leven.
Ik ben inmiddels begonnen met een dagbehandeling voor eetstoornissen, na dat ook voor mij deze
omslag is geweest. Ik wil niet meer verder met mijn leven op deze manier en ga ervoor vechten. En
geloof me, het is een hele strijd: Maar ik denk wel, ik weet het zeker, dat die strijd vruchten afwerpt.